Als er moeilijkheden in de motoriek worden gesignaleerd, gaat de kinderoefentherapeut observeren, onderzoeken en eventueel behandelen, maar geeft u ook voorlichting en advies.

 

Hoe ziet de behandeling eruit?

  • Intake: Aan de hand van de hulpvraag op het gebied van de motoriek, vindt er een vraaggesprek plaats om zoveel mogelijk informatie te verzamelen en om inzicht te krijgen in mogelijke verbanden omtrent het probleem.
  • Motorisch onderzoek: Na de intake volgt een motorisch onderzoek. Dit onderzoek wordt zo ingericht dat de hulpvraag van jou en of je kind onderzocht wordt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van kwantitatieve testen (wat kan het kind) en kwalitatieve observaties (hoe ziet het bewegen eruit). Tijdens deze testen zullen ook het gedrag en de leerstrategieën op het gebied van de motoriek van je kind meegenomen worden.
  • Vragenlijsten: Mogelijk zal het motorisch onderzoek (en de evaluaties) aangevuld worden met 1 of meerdere Dit om meetbaar en inzichtelijk te maken wat de vorderingen in de loop van de behandelingen zijn.
  • Behandeldoel/plan: Aan het einde van het motorisch onderzoek zal de kinderoefentherapeut een behandeldoel en een plan van aanpak opstellen. Deze worden samen met alle andere testgegevens verwerkt in een onderzoeksverslag.
  • De behandelingen: De behandelingen die hierna gaan volgen geven vorm en inhoud aan dit plan. In een veilige en prettige omgeving wordt het kind spelenderwijs gestimuleerd in de motoriek. Het bewegen wordt vanaf de basis opgebouwd om een goede fundering te leggen voor de verdere motoriek. Plezier in bewegen staat hierbij voorop. Gaat bewegen makkelijker, dan wordt het plezier groter! Samenwerking met de ouders en direct betrokkenen zoals leerkrachten, intern begeleiders en andere zorgverleners is een belangrijk onderdeel in ons behandeltraject. Door samen plannen te maken zullen nieuwe bewegingen sneller eigen gemaakt worden.
  • Evaluaties: Tijdens het behandeltraject zal het plan van aanpak meerdere keren geëvalueerd worden. Dit zal gebeuren aan de hand van onder andere; motorische observaties, testen, vragenlijsten maar ook in overleg met de (zwem)leerkracht, huis- of schoolarts, etc.
  • Eindrapportage: Naar de huisarts of specialist.